Een tuig raakt meer plekken dan een zadel
Van het haam tot de staartriem ligt er op een menpaard overal leer. Waar het schuurt, waarom gelijkheid meer is dan uiterlijk en wat na het afstrengen telt.
Een zadel ligt op de rug, een singel gaat er één keer rond, en dat is bij het rijden de hele balans. Bij het mennen ziet de lijst anders uit: haam of borsttuig op schouder en borst, een zadeltje met buikgordel, broek en achtertuig op de achterhand, een staartriem onder de staartaanzet, draagriemen, en daarbij een hoofdstel met oogkappen. Overal daar werkt materiaal op huid, en bij het mennen trekt het ook nog.
De trekkracht gaat niet door de riemen. Ze gaat door de huid eronder.
Haam of borsttuig, twee manieren om te trekken
Het haam legt de trekkracht op de schouder en is daarmee de oplossing voor zwaar werk. Het is echter ook het stuk tuig dat het nauwkeurigst moet passen: het wordt voor een bepaald paard aangepast zoals een zadel, het heeft lucht nodig bij de luchtpijp en het mag onder trekkracht niet wandelen. Het borsttuig ligt plat voor de borst en vergeeft meer, maar het eist zijn hoogte: boven het schoudergewricht zodat de schouder vrij blijft, en duidelijk onder de luchtpijp.
De plekken die iedereen kent
- Schouder en borst onder haam of borsttuig, bij de rand als eerste.
- De singelstreek achter de elleboog, bij het mennen vaak strakker vastgezet dan bij het rijden.
- De staartriem onder de staartaanzet, de meest ondankbare plek van het hele tuig.
- Broek en achtertuig op bil en achterhand, overal waar geremd wordt.
- Achter de oren en bij de oogkappen, die op ooghoogte moeten zitten.
Wie op een van die plekken witte haren vindt, leest een bericht uit het verleden: daar heeft langere tijd druk gestaan, en de verstelling is nog dezelfde. Een haarloze of open plek is daarentegen een bericht van vandaag. Die hoort bij de dierenarts en niet onder een dikke laag vet.
Twee paarden, één beeld
Bij een tweespan komt er een eis bij die er bij een eenspan niet is. De twee moeten samenwerken, en in het wedstrijdmennen moeten ze er ook samen uitzien: vergelijkbaar type, vergelijkbare maat, zo mogelijk vergelijkbare aftekeningen, een bewegingsbeeld dat samenvalt. Gelijkheid wordt beoordeeld, en het is geen schoonheidsprijs. Twee paarden die even lang schrijden en even lang zijn aangespannen, trekken gelijkmatig. Trekt er één meer, dan krijgt die ook de wrijving.
Leer, zweet en het kwartier na het afstrengen
Zweet droogt op leer en laat zout achter. Dat trekt vet uit het leer, maakt het stijf, en een stijve rand schuurt. Daarom wordt er na het mennen niet alleen het paard verzorgd, maar ook het tuig: de binnenzijden afvegen, het bit afspoelen, leer droog ophangen en regelmatig invetten. Bij het afvegen zie je bovendien de naden, en dat is bij het mennen geen cosmetisch punt.
Het paard krijgt dezelfde ronde. Schouder, borst, singelstreek, staartaanzet, achterhand, achter de oren, één keer met de platte hand en één keer met water over de plekken waar zout staat.
Een tuig dat past, merk je niet. Een tuig dat niet past, staat de volgende dag in de vacht.
Meer uit het Journal
Het is het eerste wat een jurylid ziet en het laatste wat weer aangroeit. Waarom de meeste manen niet stuk gaan door verkeerde pro…
Glans ontstaat nooit op een wedstrijd zelf. Ze wordt alleen tevoorschijn gehaald. Een tijdschema van aankomst tot de piste, zoals …
Verharen is geen last, het is een prestatie. Wat er in het paard gebeurt, waarom daglicht de aanzet geeft, en hoe je van acht weke…